De doorwerking van het slavernijverleden wordt soms vergeleken met Boeboelaas, de traditionele Surinaamse boeman: iedereen zegt dat hij een angstwekkende figuur is, maar niemand heeft hem ooit echt gezien. Verhalen over 'de krabbenmand', probleemgezinnen en trauma's zijn er in overvloed. Maar wat is feit, wat is mythe, en wat houdt de verdere emancipatie van Afro-Caribische Nederlanders nog steeds tegen?
"Er is in dit project bewust voor gekozen om eerst de jongeren aan het woord te laten. Als zij nog last hebben van de doorwerkingen, spreken we van een urgent maatschappelijk thema en niet louter over geschiedenis. Radio mArt zal ook in de toekomst haar steentje blijven bijdragen aan dit broodnodige onderzoek."
— Norman van Gom, Directeur Radio mArt
1. Jongeren aan het Woord: Tussen Twee Werelden
De jongeren voelen zich vaak ongemakkelijk gepositioneerd. In Nederland worden ze niet altijd als gelijkwaardig gezien, maar in Suriname worden ze soms bestempeld als 'Blaka Bakra' (Zwarte Witte) en gezien als de groep die het land in de steek liet. Waar ben je dan echt thuis?
De Krabbenmand en Misgunnen
Zeer ondermijnend werkt volgens de jongeren de onderlinge 'krabbenmandmentaliteit' (elkaar niet laten ontsnappen uit de mand). Een jongere deelt een pijnlijk praktijkvoorbeeld: "Een vriend van me had een goede auto gekocht en zijn vriendin postte dit online. Het regende comments dat hij het geld wel met fraude verdiend zou hebben." Jongeren geloven dat andere groepen (zoals Hindostaanse of Marokkaanse Nederlanders) elkaar wél steunen in het ondernemerschap.
Geld, Hosselen en Uiterlijk Vertoon
De jongeren geven aan dat er binnen de gemeenschap vaak een drang is om rijkdom te 'showen'. Ze wijzen op figuren als wijlen rapper Bigi Dagu, die diamanten droeg om te tonen dat hij het 'gemaakt' had. Terwijl witte jongeren vaak geld kunnen lenen bij hun ouders, heerst er onder zwarte jongeren een 'hosselcultuur'—iets uit niets maken. Hoewel men trots is op deze overlevingsdrang, beseffen de jongeren dat het op de lange termijn geen echte structurele welvaart brengt.
Code Switching en Opvoeding
Jongeren passen constant 'code switching' toe; ze praten met een ander accent in een witte omgeving om serieus genomen te worden. Het Sranantongo wordt vaak vermeden uit angst om uitgelachen of als 'dom' gezien te worden. Ook de opvoeding komt ter sprake: de harde tucht en het fysieke straffen ("een pak slaag") worden door de huidige generatie afgewezen. Ze weigeren hun toekomstige kinderen nog "dom" te noemen.
2. Experts Brengen Nuance en Historische Context
Geraadpleegde experts waarschuwen dat de verhalen van de jongeren soms 'versteend' zijn: ze herhalen wat de oudere generaties hen vertellen ("dat zeiden wij ook allemaal al"). De werkelijkheid is genuanceerder. De focus ligt vaak op de groep waarmee het níét goed gaat, terwijl de succesvolle zwarte middenklasse buiten beeld blijft.
De 'Wakaman' en Ondernemerschap
Het vooroordeel van de 'luie' Afro-Caribische man stamt deels uit de koloniale tijd in Paramaribo. Slaafgemaakten met 'foetoebooi' (loopjongens) baantjes in de stad gingen neerkijken op handarbeid. Dit vormde de oorsprong van de 'wakaman' cultuur. Tevens verdween de eens zo florerende Afro-Surinaamse middenstand in de jaren '50, toen velen onder leiding van J.A. Pengel kozen voor veilige overheidsbanen en de goedbetalende bauxietindustrie in plaats van ondernemerschap.
Gezinsdynamiek en de Krabbenmand
Wat nu de 'krabbenmand' heet, was in de koloniale tijd een vorm van sociale controle om te voorkomen dat individuen ten koste van de gemeenschap stegen. Ook de gezinsproblematiek heeft context: later in de geschiedenis gingen mannen vaak ver van huis werken. Eenmaal thuis werden eerst 'de bloemetjes buitengezet'. In Nederland nam het uitkeringsstelsel bovendien de financiële prikkel weg om samen te wonen, omdat alleenstaande moeders destijds een hogere uitkering en voorrang op woningen kregen.
3. Colorisme en Mentale Slavernij
Een zware doorwerking is het geïnternaliseerde racisme en colorisme. De kerk en de school bevorderden actief het denken dat 'wit' superieur was. Tijdens de slavernij ontstond favoritisme gebaseerd op huidskleur.
"Een inbelster met twee zoons vertelt de pijnlijke realiteit: haar ene zoon, een 'mix', kreeg in Suriname overal complimenten. Zijn donkerdere broer niet. Het gevolg is dat die laatste nu hetzelfde haar wil als zijn broer."
Deze mentale slavernij wordt tegenwoordig in stand gehouden doordat er in de maatschappij nog steeds "reclame wordt gemaakt voor witheid". Tegelijkertijd doen populaire 'gangsta rappers' een duit in het zakje door negatieve stereotypen te verheerlijken, wat een enorme invloed heeft op jonge jongens van 9 tot 11 jaar.
4. De Weg Voorwaarts: Heling en Zelfacceptatie
Over de weg voorwaarts zijn de experts helder: trauma's mogen de gemeenschap niet blijvend verlammen. De slachtofferrol moet doorbroken worden.
- Onderwijs en Dialoog: Er moeten eigen opleidingsprogramma's komen voor de jeugd, naast het reguliere onderwijs. Ouders en kinderen moeten leren praten in plaats van direct af te fakkelen ("Zeg: dit doe je goed, dit kan beter").
- Afrikaanse Verbinding: Het is essentieel om elkaars geschiedenis beter te leren kennen. Veel Afrikaanse mensen hebben door koloniaal onderwijs geen weet van de slavernij in Suriname, wat soms tot onbegrip leidt in Nederland.
- Duurzaam Ondernemen: Het 'hosselen' moet plaatsmaken voor echt ondernemerschap. Structuren bouwen, personeel aannemen en investeren voor de lange termijn.
- Eigen Waarde: We moeten ophouden naar de witte mensen te wijzen en beginnen met onszelf en onze eigen taal te waarderen. De cruciale vraag blijft: "Waarom willen we zo graag geaccepteerd worden door de ander?"