Terugroeprecht


Wie heeft de beslissende stem?
Wie heeft de beslissende stem?

De terugroepwet en de disfunctionele relatie tussen vertegenwoordiger en achterban

Op dit moment speelt er in De Nationale Assemblee de kwestie van het terugroeprecht. ABOP en de VHP dienden een ontwerpwet in. Politieke partijen moeten de mogelijkheid krijgen om parlementsleden die niet goed functioneren terug te roepen uit het Parlement. Naar verluidt kwam het initiatief van ABOP en zou het in deze gaan om een actie die gericht is tegen de dwarsliggende parlementariër Edward Belfor. Dit is niet de eerste keer dat de zaak van het terugroeprecht besproken wordt in De

Nationale Assemblee. Politieke partijen van oppositie en coalitie hebben in het verleden vaker geroepen om een wet tegen het overlopen van parlementariërs. In de politieke geschiedenis van Suriname hebben overlopers meerdere malen een beslissende rol gespeeld in de strijd om de politieke macht.

George Hindori en Srefidensi

George Hindori (1933 – 1986): de beslissende stem
George Hindori (1933 – 1986): de beslissende stem

De voorbeelden van overlopen zijn talrijk. Een van de belangrijkste was het overlopen van George Hindori, die met zijn dissidente stem de weg vrij maakte voor de staatkundige onafhankelijkheid.

Bij de verkiezingen van 19 november 1973 behaalde de Nationale Partij Kombinatie (NPK), een combinatie van de NPS, PNR, PSV en de KTPI, de meerderheid in de Staten van Suriname (het toenmalige parlement): 22 van de 39 zetels.

Henck Arron kondigde aan dat Suriname voor het einde van 1975 onafhankelijk zou worden.

Dat was voor velen een schok. Tijdens de verkiezingscampagne was dat niet gezegd.

De VHP onder leiding van Jagernath Lachmon was tegen de onafhankelijkheid.

Het leek er even op dat de aangekondigde onafhankelijkheid niet door zou gaan toen drie leden van de coalitie de zijde van de VHP kozen. Dat waren Charles Lie Kong Fong, Albertine Liesdek-Clarke en Paul Somohardjo. De coalitie had de facto geen meerderheid meer, ze kon nog rekenen op 19 van de 39 parlementariërs. Om onduidelijke redenen kwam er geen motie van wantrouwen. Mogelijk kwam dat doordat een van de dissidenten, de heer Lie Kong Fong, spoorloos naar het buitenland verdween.

De zaak zat helemaal vast totdat George Hindori te kennen gaf te zullen stemmen voor de grondwet van de nieuwe republiek Suriname. De VHP moest toen haar verzet opgeven.

De grondwet werd met algemene stemmen aangenomen. Het had geholpen dat Arron beloofde dat er binnen acht maanden nieuwe verkiezingen gehouden zouden worden, een belofte die hij niet zou nakomen.

Creoolse politici zoals Eddie Bruma en Henck Arron streden jarenlang voor de staatkundige onafhankelijkheid, maar het was een Hindostaan, die toen het er op aan kwam de beslissende stem uitbracht. Als we toen de terugroepwet hadden gehad die nu in de maak is, was Suriname vandaag niet onafhankelijk.

Marijke Djwalapersad en Wijdenbosch

Marijke Djwalapersad: eerste vrouwlijke parlementsvoorzitter (1996 – 2000)
Marijke Djwalapersad: eerste vrouwlijke parlementsvoorzitter (1996 – 2000)

Een ander belangrijk moment in onze politieke geschiedenis waar overlopers een beslissende rol speelden was na de verkiezingen van 23 mei 1996. Het Nieuw Front (NPS, VHP, KTPI en SPA) kreeg 24 van de 51 zetels in De Nationale Assemblee. Terwijl de onderhandelingen gaande waren om samen met het Middenblok (DA91 onder leiding van Winston Jessurun en Pendawa Lima onder leiding van Paul Somohardjo) een regeringscoalitie te vormen, liepen vijf gekozen parlementariërs van de VHP over naar de NDP, althans zij maakten bekend dat zij de voorkeur gaven aan een regering met de NDP. Door deze situatie lukte het niet de president in De Nationale Assemblee gekozen te krijgen en moest de Verenigde Volksvergadering bijeen geroepen worden, bestaande uit de 51 leden van DNA en 818 leden van districts- en ressortraden. Tot overmaat van ramp maakte de KTPI onder leiding van Willy Soemita bekend dat zij besloten had met de NDP te gaan samenwerken. Uiteindelijk werd de NDP kandidaat voor het presidentschap, Jules Wijdenbosch, met een smalle meerderheid, in totaal 438 stemmen, gekozen.

President Wijdenbosch heeft niet lang kunnen profiteren van de overlopers die hem aan de macht hielpen. De overlopers van de VHP hadden een nieuwe politieke partij gevormd, te weten de BVD. Als beloning mocht de BVD de post van parlementsvoorzitter invullen. Dat werd Marijke Indradebie Djwalapersad, de eerste vrouwlijke voorzitter van DNA. De BVD werd verder vorstelijk beloond met vijf regerinsgsposten: Vice-president Pertaap Radhakishun, minister van Buitenlandse Zaken Faried Pierkhan, minister van Financiën Atta Mungra, minister van Openbare Werken Richard Kalloe en minister van Onderwijs, Tjan Gobardhan.

De BVD voelde zich al na korte tijd niet meer thuis in de coalitie vanwege het dictatoriale beleid van Wijdenbosch die met name door de instelling van diverse Task Forces de positie van partijministers verzwakte. Het ging economisch erg slecht in die jaren en er waren allerlei corruptieschandalen rond de bouw van de bruggen over de Suriname- en de Coppenamerivier. Er werd veel geld uitgegeven voor de aanschaf van vliegtuigen en boten voor de kustwacht, dezelfde boten die nu liggen te roesten in het Saramaccakanaal en waarvan er een niet zo lang geleden gezonken is.

 

Loonsverhogingen voor ambtenaren en extravagante uitgaven van de regering veroor-zaakten sterke prijsstijgingen.

Er werden plannen gemaakt om Staatsolie te verkopen om de begrotingstekorten van de overheid te dekken.

Dit alles mondde uit in massabetogingen tegen de regering Wijdenbosch. Op 1 juni 1999 nam De Nationale Assemblee met 27 tegen 14 stemmen een motie van wantrouwen aan. Het een en ander liep met een sisser af omdat er opnieuw twee parlementariërs overliepen.

De motieven van overlopers

Het overlopen van parlementariërs is iets dat door weinig mensen wordt goedgekeurd. Het kan gezien worden als een contractbreuk en misschien zelfs als valsheid in geschrifte. Er hangt een stank van dwang, chantage en omkoperij rond overlopen. Maar niet elke overloop is hetzelfde. Soms kan de overloper gedreven worden door prijzenswaardige motieven. Soms is overlopen een gewetenskwestie. Het overlopen van George Hindori is niet hetzelfde als het overlopen van Paul Somohardjo en ook verschillend van het overlopen van William Waidoe, die in 2015 overliep van de KTPI naar Pertjajah Luhur en vervolgens in 2019 naar de NDP. Over de motieven van Raymond Sapoen en Sharmila Mansaram die overliepen naar de NDP maak ik me geen illusies.

Raymond Sapoen, Sharmila Mansaram en William Waidoe
Raymond Sapoen, Sharmila Mansaram en William Waidoe

Het geval van Hindori was een gewetenskwestie. Ideologische overwegingen wogen mee. Het meermalen overlopen van Somohardjo daarentegen was nooit ideologisch gemotiveerd, maar steeds ingegeven door de gangbare machtspolitiek van Suriname. De politiek in Suriname is een machtsstrijd tussen etnische kongsi’s en Javaanse politici hebben vroeg geleerd gebruik te maken van hun wippositie tussen de etnische blokken van Creolen en Hindostanen. Overlopen is in dat verband een instrument van machtspolitiek. Het overlopen van Waidoe was ideologisch noch machtspolitiek geïnspireerd. In zijn geval ging het om persoonlijk belang en moeten we denken aan smeergelden en chantage. De motieven achter de oprichting van de BVD waren vooral financieel-economisch. Dilip Sardjoe, de bekende groot-handelaar en importeur, die een belangrijke financierder was van de VHP, was de grote motor achter de oprichting van de BVD. Na de mislukking van de BVD sloot hij zich aan bij de NDP.

De relatie tussen vertegenwoordiger en vertegenwoordigden

Op maandag 6 juni 2022 spraken de deelnemers aan het rondetafelgesprek bij SetiSRnan ondermeer over het initiatief van de VHP en ABOP om een terugroepwet te maken.

De relatie tussen vertegenwoordiger en achterban is van essentieel belang bij het functioneren van een parlementair systeem. De politieke partij is het institutionele raamwerk waarbinnen de relatie tussen volksvertegenwoordiger en achterban gestalte krijgt. Het ligt primair aan de politieke partijen om te zorgen voor gezonde relaties in dit verband. Helaas blijkt de relatie tussen vertegenwoordigers en hun achterban niet goed te werken.

Politieke partijen selecteren hun kandidaten voor het Parlement niet op een democratische manier.

Er is een democratisch trekort dat wordt veroorzaakt door een systeem van getrapte verkiezingen. In de de meeste traditionele partijen kiezen plaatselijke afdelingen regionale vertegenwoordigers die op hun beurt op het partijcongres mogen stemmen. Bij de NPS bijvoorbeeld zijn dat in totaal 11 stemmen, 1 per afdeling. Afdeling Paramaribo heeft 1 stem net als afdeling Coronie. Deze vorm van “basic democracy” is standaard in Surinaamse politieke partijen (en in landen zoals Pakistan, China, Indonesië). De op deze wijze geselecteerde personen blijken in de praktijk hun partijbesturen te vertegenwoordigen en niet de achterban. De parlementariër weet dat het bestuur hem heeft gekandideerd en voelt daardoor weinig prikkels om zich bezig te houden met de achterban.

Verwaarlozing van de achterban

De achterban wordt door de politieke partijen verwaarloosd. Men weet dat het in onze politieke cultuur voldoende is als de kandidaat en de volgelingen op elkaar lijken. Religie werkt ook. Met moeilijke ideologische of technische kwesties hoef je niet te komen. Je hoeft je niet te verdiepen in de oplossing van belangentegenstellingen. De mensen blijven toch door dik en dun etnisch stemmen, waarom zou je je vermoeien met het oplossen van problemen?

De achterban, wetende en voelende dat zij wordt verwaarloosd, neemt een cynische of apathische houding aan. Ze halen pakketten bij alle politieke partijen of hangen vlaggen van alle partijen uit.

Anderen verwachten geschenken, geld, vergunningen, grondbeschikkingen en benoe-mingen. Ze sluiten zich aan bij de partij die in dat opzicht het meest te bieden lijkt te hebben.

In dit milieu, waarin de relatie vertegenwoordiger-achterban niet werkt, zie je daarom ook nooit dat parlementariërs buurtmeetings of districts-vergaderingen bijwonen. De meeste kiezers weten niet wie de mensen zijn op wie ze stemmen. Ze weten niet hoe ze denken en waarvoor ze staan. Als ze maar “op ons lijken…”

We kunnen gerust spreken van een disfunctionele relatie tussen politici en achterban. Tegen deze achtergrond is de initiatiefwet van ABOP en VHP een vreselijk ding. Het zal de positie van de politieke elites versterken en de positie van de kiezers verder verzwakken. De kwaliteit van de poltiek zal nog harder achteruit gaan.

Terugroepmacht voor partijbesturen of voor kiezers?

Tijdens het rondetafelgesprek van SetiSRnan zei ik dat een terugroepwet die de kiezers in staat stelt gekozen wetgevers en bestuurders terug te roepen voordat hun officiële termijn verstreken is, een belangrijk onderdeel kan zijn van verbetering van de politiek.

Wie heeft de beslissende stem?
Wie heeft de beslissende stem?

De vraag is: wie hebben de beslissende stem, de politici, de kapitalisten of de kiezers? Als we zeggen dat de soevereine wil van het volk moet gelden, dan kan het haast niet anders dan dat het volk de middelen moet hebben om politici te ontheffen, wanneer die zich misdragen of zich niet houden aan hun verkiezingsbeloften. Terugroepen moet kunnen, maar niet door ondemocratische partijbesturen, maar door de kiezers via vervroegde tussentijdse verkiezingen of een referendum.

Niet alle aanwezigen waren zo enthousiast over dit idee. Er werd gewaarschuwd tegen populisme en tegen stemmingmakerij met valse berichten. Mensen kunnen in de pers beschuldigd en veroordeeld worden en de massa kan tegen hen worden opgejut met het doel ze onder valse voorwendselen van hun post te halen. Wetgevers en bestuurders zullen zich nog erger dan nu al het geval is onthouden van noodzakelijke maar impopulaire

maatregelen. De bewegingsvrijheid en de onafhankelijkheid van wetgevers en bestuurders kan door een terugroepwet worden gehinderd, doordat ze alleen nog zullen durven te doen wat populair is bij de achterban. Er werd gezegd dat een terugroepwet de polarisering in de politiek zal verergeren. Het terugroepen van een parlementariër of minister zal kwaad bloed zetten bij zijn medestanders en volgelingen. Het verpest de sfeer en draagt niet bij aan de politiek van productieve samenwerking waar we naar verlangen.

In ieder geval is de terugroepwet zoals bedacht door ABOP en VHP geen goede zaak. Zo lang er binnen de politieke partijen geen democratie is mogen de partijbesturen niet de macht krijgen dissidente parlemenatariërs te ontheffen, die zich vanwege hun geweten of hun geloof kritisch opstellen. Als de politieke partijen terugroeprecht willen zullen ze eerst hun leden stemrecht moeten geven. Er moet op zijn minst een intern referendum in de partij nodig zijn om een parlementslid te royeren.

Paramaribo 9 juni 2022


Wim Bakker, voorzitter Platform SetiSRnan

Vorige Reparaties door schuld of solidariteit
Volgende Oproep: onderzoek over racisme en discriminatie